Er komt altijd zo’n moment waarop je voelt: ik moet weer bewegen. Niet omdat het moet van een lijstje, een app of een goedbedoeld voornemen, maar omdat mijn hoofd voller zit dan me lief is en mijn lijf stilletjes begint te protesteren. Te veel zitten, te veel denken, te weinig echt in beweging zijn. En dus begon ik aan een verrassend lastige zoektocht: welke sport past eigenlijk bij mij?
Vroeger dacht ik dat sport vooral iets was waar je goed in moest zijn. Snel, sterk, fanatiek, liefst een beetje moeiteloos. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik begin te geloven dat de juiste sport niet de sport is waarin je uitblinkt, maar de sport waarbij je jezelf terugvindt. Iets wat niet voelt als straf, maar als ruimte. Iets waar ik niet kleiner van word, maar juist groter.
Dus keek ik verder dan de standaardlijstjes. Niet alleen naar wat populair is, maar naar wat bij mijn karakter past. Heb ik behoefte aan rust of juist aan uitdaging? Wil ik samen bewegen of juist even alleen zijn? Zoek ik kracht, ritme, plezier, focus? Misschien hoef ik niet per se te kiezen voor de sport die het meeste calorieën verbrandt, maar voor de sport waar ik zin in krijg nog vóór ik begin.
Misschien is het yoga, omdat ik verlang naar ademruimte. Misschien is het boksen, omdat er meer vuur in mij zit dan ik soms laat zien. Misschien is het hardlopen, juist omdat ik wil leren dat ik verder kan dan ik denk. Of dansen, omdat ik best wat vaker mag bewegen zonder alles meteen nuttig te hoeven maken. Of een teamsport zoals badminton, wat vrij intensief is. En misschien is het wel iets waar ik nog nooit aan gedacht heb — klimmen, padel, roeien, pilates, zwemmen. Of ga ik liever regelmatig een stuk wandelen? Zonder de oplegging dat je MOET sporten? Alsof er ergens een versie van mij rondloopt die allang weet: hier hoor ik thuis.

Wat ik mooi begin te vinden aan die zoektocht, is dat het niet alleen over sport gaat. Het gaat ook over luisteren. Naar mijn energie. Naar mijn grenzen. Naar mijn behoefte aan plezier. We zijn zo gewend om te kiezen op basis van discipline, resultaat en volhouden, dat we soms vergeten te vragen: waar word ik eigenlijk blij van?
Ik hoef niet ineens iemand te worden die elke ochtend om zes uur juichend in sportkleding staat. Ik hoef geen atleet te zijn. Ik hoef alleen nieuwsgierig genoeg te zijn om iets nieuws te proberen. Om mezelf toe te staan beginner te zijn. Om ongemakkelijk te mogen starten, zonder meteen perfect te hoeven zijn.
Misschien is dat wel de echte winst van een nieuwe sport zoeken: dat ik niet alleen op zoek ben naar beweging, maar ook naar een nieuwe manier om mezelf te ontmoeten. Iets lichter. Iets vrijer. Iets trouwer aan wie ik ben.
En wie weet vind ik dan niet alleen een sport die bij mij past, maar ook een ritme waarin ik beter tot mijn recht kom.
PS Bij mij is het badminton en banen zwemmen geworden.





Geef een reactie