Waarom mijn volkstuin me meer geeft dan alleen groente

Golden potatoes spilling from a burlap sack onto rich soil, ready for cooking.

Er zijn van die plekken waar alles even stiller wordt in mijn hoofd. Voor mij is mijn volkstuin zo’n plek.

Zodra ik het hek open, de geur van aarde ruik en mijn handen vies maak, voel ik het al: hier hoef ik even niets anders te zijn dan aanwezig.

Mijn volkstuin begon ooit als een leuk idee. Iets voor erbij. Een plek om wat groente te verbouwen, meer buiten te zijn en te zien of ik groene vingers had. Maar inmiddels is het veel meer geworden dan dat. Het is een plek waar ik vertraag, leer, geniet en telkens opnieuw ontdek hoe fijn het is om met de seizoenen mee te leven.

In een wereld waarin bijna alles snel gaat, is een volkstuin voor mij het tegenovergestelde. In de tuin heeft niets haast. Zaadjes komen op wanneer ze eraan toe zijn. Bloemen bloeien niet harder als ik daarom vraag. En een mislukte oogst laat zich niet wegpoetsen met efficiëntie of planning omdat ze geen water kregen toen ik op vakantie was. Juist dat vind ik er zo mooi aan. Mijn tuin dwingt me om geduld te hebben. Om te kijken. Om te accepteren dat niet alles maakbaar is.

En eerlijk: dat is soms best confronterend. Er zijn momenten geweest waarop ik dacht dat ik alles goed had gedaan, en er toch iets niet opkwam. Vogels die eerder waren dan ik, slakken kan ik wel aan. Tomaten die het prachtig leken te doen, tot het weer ineens omsloeg. Maar zelfs daarin zit voor mij de charme. Mijn volkstuin leert me dat groeien nooit helemaal zonder tegenslag gaat. Niet in de tuin, en ook niet daarbuiten.

Wat ik misschien nog wel het mooist vind, is dat een volkstuin me anders laat kijken. Naar eten, bijvoorbeeld. Een simpele krop sla of een handvol boontjes voelen heel anders als ik ze zelf heb zien groeien. Ik eet met meer aandacht, met meer waardering en een meer pure smaak. Niet omdat alles perfect is, maar juist omdat ik weet hoeveel tijd, zorg en hoop erin zit.

Tuinieren geeft rust niet in de zin van niets doen, maar rust door aandacht. Schoffelen, water geven, onkruid trekken, zaaien — het zijn eenvoudige handelingen, maar ze brengen me terug naar het moment. Mijn hoofd wordt er leger van. Mijn adem rustiger. Alsof de tuin steeds opnieuw zegt: kijk maar, het hoeft niet allemaal tegelijk.

Er zit ook iets hoopvols in een volkstuin. Elke keer opnieuw beginnen. Elk seizoen weer plannen maken. Nieuwe zaden, nieuwe kansen, nieuwe lessen. Zelfs na een tegenvallende periode ligt er alweer iets nieuws in het verschiet. Een tuin is voor mij een herinnering dat er altijd weer iets kan ontstaan, ook als het even kaal of stil lijkt.

En dan is er nog de vreugde van het kleine. Het eerste groene puntje dat boven de grond uitkomt. Een bij op een bloem. De verrassing van iets dat ineens wél lukt. Een courgette die veel sneller groeit dan verwacht. Ineens heb je een hele kist vol en als je het even vergeet is de courgette bijna groter dan jezelf. De smaak van iets wat ik die ochtend nog uit de aarde haalde. Mijn volkstuin heeft me geleerd dat geluk vaak niet groots binnenkomt, maar juist verstopt zit in kleine, bijna gewone momenten.

Wat ik ook bijzonder vind, is dat een volkstuin verbindt. Met de natuur, natuurlijk, maar vaak ook met andere mensen. Even een praatje met iemand verderop. Tips uitwisselen. Samen lachen om wat er wel of niet is gelukt. Of ze staan verbaasd te kijken dat mijn spitskolen wel gelukt zijn (ik had een omheining gemaakt voor de slakken). Er ontstaat bijna vanzelf een soort gedeeld begrip: iedereen weet dat tuinieren prachtig is, maar ook rommelig, grillig en soms een tikje eigenwijs.

Close-up of a watering can nurturing green plants in a garden, promoting growth.

Mijn volkstuin is dus niet alleen een stukje grond. Het is een plek waar ik leer vertrouwen. Waar ik zie dat aandacht altijd iets doet, al is het niet altijd meteen zichtbaar. Waar ik voel dat bezig zijn met groeien ook iets in mijzelf in beweging zet.

Misschien is dat uiteindelijk wat mijn volkstuin me het meest geeft: ruimte. Ruimte om te ademen, om te proberen, om te mislukken en opnieuw te beginnen. Ruimte om blij te zijn met iets kleins. En ruimte om te ervaren dat het goede vaak tijd nodig heeft.

Ik begon met een tuin om groente te kweken. Maar ergens onderweg ben ik gaan beseffen dat die tuin ook iets in mij heeft gekweekt: meer geduld, meer aandacht en meer verwondering.

En misschien is dat nog wel de mooiste oogst van allemaal.

Categories:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten