Er rust soms een merkwaardige teleurstelling op restjes, alsof ze per definitie minder spannend zijn dan wat ooit de bedoeling was. Terwijl een maaltijd uit restjes juist iets inventiefs kan hebben. Iets ontspannen ook. Niet beginnen met een ideaalbeeld, maar met wat er al is. Een halve courgette, een bakje rijst, wat kruiden die op moeten, een stuk feta, twee tomaten die vandaag echt gegeten moeten worden.
Misschien zit daar juist de schoonheid. Restjes vragen om aandacht zonder perfectionisme. Je kijkt beter. Je proeft meer intuïtief. Je bedenkt combinaties waar je anders niet op was gekomen. Onder het mom van tegen verspilling. In plaats van een recept te volgen, volg je wat de keuken je al aanreikt. Dat kan iets verrassend creatiefs opleveren, maar ook gewoon iets heel bevredigends: het gevoel dat je goed hebt gezorgd voor wat er al was.
Er is ook iets sympathieks aan restjeskoken. Het staat haaks op het idee dat alles altijd nieuw, vers bedacht en overvloedig moet zijn. Een restjesmaaltijd zegt eerder: dit is nog goed, nog lekker, nog de moeite waard. Dat is niet alleen praktisch, maar bijna filosofisch. Alsof je ook buiten de keuken iets zachter kijkt naar wat niet perfect of compleet is.
En eerlijk is eerlijk: sommige gerechten zijn de dag erna zelfs beter. Curry, lasagne, soep, geroosterde groenten. Alsof smaken tijd nodig hadden om elkaar echt te leren kennen. Restjes zijn dan geen afgeleide, maar een tweede kans.
Misschien is dat waarom een maaltijd uit restjes zo bevredigend kan zijn. Omdat er iets troostends in zit: genoeg maken van wat er al is.
Makkelijk recept: restjesfrittata
Bak restjes groenten kort op in een ovenbestendige pan. Klop 6 eieren los met peper, zout en eventueel wat geraspte kaas. Giet over de groenten en laat op laag vuur stollen. Zet daarna nog even onder de grill of in de oven tot de bovenkant goudkleurig is. Lekker warm, maar ook koud bij lunch de volgende dag.





Geef een reactie